Elisa Mutsaers (Filmatelier) – Film in Den Haag

Een filmische rondgang door Den Haag

Over ‘Film in Den Haag’ valt veel te vertellen èn veel te laten zien. In haar Filmatelier in het centrum van de stad vertelt Elisa Mutsaers die geïllustreerde verhalen ook regelmatig, vaak in combinatie met een wandeling of fietstocht langs al die Haagse plekken die met film te maken hebben.

Heel graag accepteerde ze de uitnodiging van het Mee in Zee-atelier om op woensdag 7 november 2012 nu eens in het Westen van de stad de filmische kanten van Den Haag te komen belichten. De plek van het Mee in Zee-atelier vormt immers een mooie aanleiding om de filmverhalen van locaties buiten het centrum te vertellen.

Voor een select publiek kwam allereerst de bioscoop West-End aan de Fahrenheitstraat uitgebreid ter sprake en in beeld.
Op de plek van de voormalige Haagsche Hopjes-fabriek Rademaker verrees in 1931 filmschouwburg West End. De officiële opening vond plaats op 29 oktober 1931.  Het werd gebouwd in een langs de Laan van Meerdervoort en Fahrenheitstraat gelegen winkelgalerij, naast café De Galerij. De naam West End dankte het theater aan een prijsvraag die het publiek uitdaagde een mooie naam voor het nieuwe theater te kiezen. West End werd door negentig mensen als beste naam gekozen. De winnaar kreeg een auto en de tweede prijs was een jaarabonnement voor twee personen voor het theater. West End was met recht een filmschouwburg want Toon Hermans, Snip & Snap, Cor Ruys en Tom Manders traden er allen geregeld op. Het theater had ook al snel na de opening in 1931 een vast publiek dat in deze wijken woonde. Ook later bleef dit vaste publiek bestaan: het waren vooral mensen die geen auto of brommer hadden om naar de binnenstad te gaan om een bioscoopje te pakken.
Het theater was vrij groot met zijn 816 zitplaatsen en de beroemde Nederlandse artiesten die er optraden gaven het theater net iets meer dan een gewoon buurttheater. Door alle geïnterviewden werd het theater als zeer netjes omschreven. De ingang was prachtig en had aan zowel aan de linker- als de rechter zijde een kassa. De portiers straalden gezag uit. Het publiek kleedde zich netjes aan, klaar voor een echt avondje uit. Sommigen van de geïnterviewden beschreven het theater als ‘burgerlijk’.
Na de oorlog stond het publiek rijen dik voor de deur, maar in de jaren zestig werd het steeds stiller. Op 2 oktober 1968 vond de laatste voorstelling plaats en op 3 oktober werd het theater gesloten. Opnieuw verdween een der Nederlandsche bioscooptempels. Vandaag de dag (2012) wordt het gebouw als bank en supermarkt geëxploiteerd…….

De geschiedenis van het Metropole Theater zou de basis kunnen zijn voor het script van een echte Hollywoodfilm. Hoewel deze rijke geschiedenis zich vooral vóór 1950 afspeelde en dus eigenlijk buiten het kader van dit artikel valt, is het onmogelijk niet in te gaan op de illustere eigenaar van dit theater. Hij heeft het karakter van het theater, dat ook na zijn vertrek nog voelbaar was, in grote mate bepaald.
Het verhaal begint wanneer bloemenkoopman A.G. van Tol die in de crisistijd een loterijlot koopt waarmee hij de honderdduizend guldens tellende hoofdprijs wint. Alsof dit nog niet genoeg was, doet het verhaal de ronde dat hij van het gewonnen geld enkele nieuwe loten kocht en daarmee opnieuw de honderdduizend won.
Uit interviews met mevrouw J. de Bruin-Joost en mijnheer D. (beiden in de beginjaren in Metropole werkzaam) bleek dat Van Tol ook een trekautomatenhal had aan de Stationsweg in Den Haag, een bioscoop in de Boekhorststraat, waarschijnlijk Hollywood, en dat hij verschillende huizen bezat die verhuurd werden. Van Tol was een gewiekste zakenman die niet op één paard wedde.
Na verloop van tijd vatte hij het plan op een nieuwe bioscoop te bouwen. Als locatie voor het nieuwe theater koos hij de grond aan de Carnegielaan waarop het vroegere woonhuis van bankdirecteur en musicoloog dr. D.F. Scheurleer en het Muziekmuseum Scheurleer stonden. Op deze manier zou de bioscoop aan de belangrijkste verkeersader van Den Haag, de Laan van Meerdervoort, komen te liggen en bovendien ook ‘in de patricische rust van het schone Zorgvliet’. Deze locatie bleek niet de meest eenvoudige. Bij het bouwen kreeg hij te maken met diverse problemen in verband met het verstrekken van vergunningen en dergelijke van de kant van de gemeente. Bovendien kreeg hij te maken met het Vestigingsbesluit van de Nederlandse Bioscoopbond. Maar van Tol was zeer vastberaden en op 15 oktober 1936 kon zijn Metropole Palace geopend worden.

Ook de Haagse filmmaker Otto van Nijenhoff (1898-1977) en zijn filmproductiebedrijf I.W.A.-films (Industrie Wetenschap en Actualiteit) aan de Marnixstraat worden uitgebreid behandelt.
Otto van Neijenhoff begon zijn filmloopbaan eind jaren tien als leerling van Willy Mullens. Aanvankelijk als laboratoriumassistent, maar hij wist zich al snel op te werken tot cameraman. In die hoedanigheid is hij verantwoordelijk voor een aantal korte films en journaals die Haghe Film in de jaren twintig maakte. In 1923 richtte Van Neijenhoff zijn eigen productiemaatschappij op: IWA (Industrie, Wetenschap, Actualiteit). Voor zijn nieuwe firma maakte hij een groot aantal bedrijfs- en opdrachtfilms, onder andere voor de Vereniging Nederlandsch Fabrikaat. In 1932 maakte hij met Mannus Franken de korte avant-gardistiche speelfilm De trekschuit. Van Neijenhoff was ook werkzaam voor derden. Zo heeft hij in de jaren dertig als (assistent-) cameraman meegewerkt aan speelfilms als De Big van het Regiment, Rubber, Jonge harten en het nooit uitgebrachte Zomerzotheid en maakte hij voor de Nederlandse vestiging van het Amerikaanse Fox Movietone journaalopnamen. Van Neijenhoff bleef tot in de jaren zestig actief. Hij maakte twee documentaires over molens – Los de vang en Wentelende wieken – en een aantal provinciefilms in opdracht van Esso Nederland.

Ook een stuk uit de laatste studentenfilm van Paul Verhoeven, FEEST!, die hij in opnam op en rond zijn oude middelbare school het Haganum, kwam voorbij. Deze film beleefde zijn première in 1963 in het Metropole. Het verhaal handelt over een middelbare school, waar twee scholieren stapelverliefd worden op elkaar. Toch gaat het tussen die twee maar moeizaam.

Elisa gaf niet alleen blijk van een enorme kennis over de Haagse filmwereld (en over film in het algemeen!), maar ook van een aanstekelijk enthousiasme. De verhalen werden geïllustreerd met projecties van zowel bewegende beelden als oude foto’s, programmaboekjes, krantenartikelen, etc.

Bedankt Elisa! Mee in Zee hoopt je volgend jaar zeker nog eens terug te zien met een nieuwe special!